Index
 
  
 

Pagina 1 (uit het Frans)

Pagina 2 (enkel uit het Engels)

  • Sonnet: Whoso list to hunt / Voor wie jagen wil (Wyatt)
  • The Song of Hiawatha / Hiawadha's lied (Longfellow) (fragment)

Pagina 3 (enkel uit het Latijn)

  • Stabat Mater / Naast het Kruis
  • Dies Irae
  • Ode I, 38 (Persicos odi, puer...) (Horatius)

Pagina 4 (overige)

  • Tief in den Himmel verklingt / Diep in de hemel weerklingt (Huch)
  • Kalevala (fragment)
  • Die Trichter / De trechters (Morgenstern)

 



Sonnet X
(Joachim du Bellay)

Ce n'est le fleuve Thusque au superbe rivage,
Ce n'est l'air des Latins ny le mont Palatin,
Qui ores (mon Ronsard) me fait parler Latin,
Changeant à l'estranger mon naturel langage.

C'est l'ennuy de me voir trois ans & d'avantage
Ainsi qu'un Promethé, cloué sur l'Aventin,
Ou l'espoir miserable & mon cruel destin,
Non le joug amoureux, me detient en servage.

Et quoy (Ronsard) & quoy, si au bord estranger
Ovide osa sa langue en barbare changer
Afin d'estre entendu, qui me pourra reprendre

D'un change plus heureux? Nul, puis que le François,
Quoy qu'au Grec & Romain egalé tu te sois,
Au rivage Latin ne se peult faire entendre.

Sonnet 10
(Vert. K. Vissers)

Niet de Toscaanse stroom met zijn prachtige beemden,
niet de Latijnse lucht, noch ook de Palatijn
doen mij, beste Ronsard, thans spreken in 't Latijn
en zo mijn eigen taal verruilen voor een vreemde.

Het is de last, om meer dan drie jaar, als voorheen de
held Prometheus geketend, aan de Aventijn
te zijn, waar droeve hoop en mijn wrede fortuin,
- en niet het liefdesjuk - mijn vrijheid komt ontvreemden.

En wat dan nog, Ronsard, als aan de vreemde kust
Ovidius barbaarse taal sprak om aldus
gehoord te worden, wie kan mij dan nog verwijten

dat ik een beet're ruil maak? Immers, onze taal
(nochtans net als 't Romeins en 't Grieks monumentaal,
zoals je weet), kan men in Latium niet begrijpen.

Terug naar boven

 


 

Enkele epigrammen uit Les Gayetez
(Pierre de Ronsard)

Si nourrir grand' barbe au menton
Nous fait Philosophes paroistre,
Vn bouc barbasse pourroit estre
Par ce moyen quelque Platon.

 


 

Si tu es viste à souper,
Et à courir mal-adestre,
Des pieds il te faut repaistre,
et des léures galoper.

 


 

Veux-tu sçauoir quelle voye
L'homme à pauureté conuoye?
Esleuer trop de Palais,
Et nourrir trop de valets.

 


 

O mere des flateurs, Richesse,
Fille de soin et de tristesse,
T'auoir est vne grande peur
Et ne t'auoir grande douleur.

 

 

Enkele epigrammen uit Les Gayetez
(vert. jonker Jan van der Noot)

Is 't dat te hebben 'n lange baard
Iemand wijs en kloek doet schijnen,
Zo mag de bok van vuilen aard
Worden geacht vol van doctrijnen.

 


 

Zijt gij in 't eten ras en snel
En in 't lopen traag in 't ontknopen,
  Zo moet gij met de voeten wel
Eten, en met de tanden lopen.

 


 

Wilt gij weten wat weg bereid
De rijke mens tot armoe leidt?
Grote huizen en sloten bouwen,
Veel knechten en banketten houwen.

 


 

Rijkdom die moeder zijt van de flatteerders kwaad,
Dochter van angst en druk, en zorgen vroeg en laat:
  U te hebben maakt ons grote vrees in ons harte,
Te derven u, maakt ons benauwdheid, pijn, en smarte.

 

Terug naar boven

 

 


 

A une Damoyselle malade
(Clément Marot)


Ma mignonne,
je vous donne
le bon jour;
le séjour
c'est prison.
Guérison
recouvrez,
puis ouvrez
votre porte
et qu 'on sorte
vitement,
car Clément
le vous mande.
Va, friande
de ta bouche,
qui se couche
en danger
pour manger
confitures;
si tu dures
trop malade,
couleur fade
tu prendras,
et perdras
l'embonpoint.
Dieu te doint
santé bonne,
ma mignonne.

 


Aan een zieke jongedame

(Vert. K. Vissers)


Meisje zoet,
wees gegroet
nu ik schrijf.
Je verblijf
is een cel,
wordt maar snel
weer gezond.
Doe terstond
't deurtje open
en ga lopen
een heel end.
Wat Clément
zegt, dat moet je.
Hup, m'n zoetje,
jij die rust,
niet bewust
van gevaar,
snoep jij maar
lekkernij,
want als jij
te lang kwijnt,
dan verdwijnt
al je kleur,
bellefleur,
en verdun je.
Word, God gun' je 't,
gauw weer goed,
meisje zoet.

Terug naar boven


J'aime le carillon
(Victor Hugo)

J'aime le carillon dans tes cités antiques,
Ô vieux pays gardien de tes mœurs domestiques,
Noble Flandre, où le Nord se réchauffe engourdi
Au soleil de Castille et s'accouple au Midi !
Le carillon, c’est l’heure inattendue et folle,
Que l’œil croit voir, vêtue en danseuse espagnole,
Apparaître soudain par le trou vif et clair
Que ferait en s’ouvrant une porte de l’air.
Elle vient, secouant sur les toits léthargiques
Son tablier d’argent plein de notes magiques,
Réveillant sans pitié les dormeurs ennuyeux,
Sautant à petits pas comme un oiseau joyeux,
Vibrant, ainsi qu’un dard qui tremble dans la cible ;
Par un frêle escalier de cristal invisible,
Effarée et dansante, elle descend des cieux ;
Et l’esprit, ce veilleur fait d’oreilles et d’yeux,
Tandis qu’elle va, vient, monte et descend encore,
Entend de marche en marche errer son pied sonore !

Ik hou van de beiaard
(Vert. K. Vissers)

Ik hou van de beiaard in uw antieke steden,
O gij, bedaagd land, trouw nog aan uw oude zeden,
Trots Vlaand'ren, waar 't verkleumde Noorden zich verwarmt
Aan Castiliaanse zon, en 't Zuiden zo omarmt!
De beiaard is de onverwachte, blijde stonde
Als een Spaans danseresje heb ik haar gevonden,
Ze kwam tevoorschijn in een held're opening
Die zomaar als een deur des hemels openging.
Uit haar schort schudt zij zilver over droeve daken,
De tovermelodie, die elkeen doet ontwaken,
En zelfs de sloomste slapers jaagt ze uit hun bed
Als ze voorbijkomt met haar vogeltrippeltred,
Trillend, als in de roos soms ook een pijl kan beven;
Langs een kristallen trap, breekbaar, aan 't oog ontheven
Komt zij schielijk gedanst vanuit het hemelhoog,
En mijn geest, die schildwacht van louter oor en oog
- Stijgt zij of daalt ze, gaat ze weg, komt ze naar voren -
Blijft het dwalen van haar voet tree na trede horen.

 

Terug naar boven

 


 

Le déserteur
(Boris Vian)

Monsieur le Président
Je vous fais une lettre
Que vous lirez peut-être
Si vous avez le temps
Je viens de recevoir
Mes papiers militaires
Pour partir à la guerre
Avant mercredi soir
Monsieur le Président
Je ne veux pas la faire
Je ne suis pas sur terre
Pour tuer des pauvres gens
C'est pas pour vous fâcher
Il faut que je vous dise
Ma décision est prise
Je m'en vais déserter

Depuis que je suis né
J'ai vu mourir mon père
J'ai vu partir mes frères
Et pleurer mes enfants
Ma mère a tant souffert
Elle est dedans sa tombe
Et se moque des bombes
Et se moque des vers
Quand j'étais prisonnier
On m'a volé ma femme
On m'a volé mon âme
Et tout mon cher passé
Demain de bon matin
Je fermerai ma porte
Au nez des années mortes
J'irai sur les chemins

Je mendierai ma vie
Sur les routes de France
De Bretagne en Provence
Et je dirai aux gens:
Refusez d'obéir
Refusez de la faire
N'allez pas à la guerre
Refusez de partir
S'il faut donner son sang
Allez donner le vôtre
Vous êtes bon apôtre
Monsieur le Président
Si vous me poursuivez
Prévenez vos gendarmes
Que je n'aurai pas d'armes
Et qu'ils pourront tirer

De deserteur
(Vert. K. Vissers)

Mijnheer de president
Ik heb een brief geschreven
U leest hem toch wel even
Ooit, op een vrij moment?
Ik kreeg vandaag bevel
Dat ik mij aan moet melden
Ik moet van u te velde
Op woensdag, voor 't appel
Mijnheer de president
Dat kan u niet verwachten
Want arme mensen slachten
Dat ben ik niet gewend
Weet dat ik het betreur
Maar toch toch zal ik niet komen
'k Heb mijn besluit genomen
Ik wordt een deserteur

Sinds ik ter wereld kwam
Zag ik mijn pa verrekken
Zag ik mijn broers vertrekken
Mijn kind'ren waren bang
Mijn moeder had verdriet
Nu heeft ze ons verlaten
Haar graf voelt geen granaten
Zij ziet de wormen niet
Toen ik gevangen zat
Is mij mijn vrouw ontnomen
Mijn hart, mijn ziel, mijn dromen
En al wat ik bezat
Maar morgenvroeg, dan sluit
Ik mijn deur voor 't verleden
Ik heb te veel geleden
Ik knijp ertussenuit

Ik bedel brood bijeen
Hier en in alle landen
En waar ik ook mag stranden
Zeg ik tot iedereen:
Wees toch niet zo gedwee
En weiger te gaan strijden
En weiger om te lijden
Doe aan dat spel niet mee
Mijnheer de president
U komt ons leven vragen
Ga zelf het uwe wagen
Of bent u soms geen vent?
En wees niet bang, mijnheer
Als u op mij komt jagen
Ik zal geen wapens dragen
Dus kogel mij maar neer

 Terug naar boven


 


© voor meer info:

 

contacteer de beheerder